Nachtkaardespinnen

Familie Amaurobiidae

Terug naar start <------


Amaurobius ferox

 

De familie Amaurobiidae bevat maar één genus waarin vijf soorten zijn ondergebracht.
De meeste leden van dit genus schuilen in gaten in bomen of in door de mens gemaakte constructies.
Hun grootte varieert tussen de 7 en 12 mm.
Het web waaiert vaak om de ingang van de schuilplaats uit.
Gedurende de nacht kan deze spin ook binnenshuis worden aangetroffen.
De Amaurobiidae worden daarom ook wel nachtspinnen genoemd omdat ze gedurende de nacht actief zijn.

Alle vijf de soorten zijn redelijk groot en robuust gebouwd. Het kop-borststuk is peervormig en lijkt op Coelotes maar een opvallend verschil is het donkere verhoogde voorhoofd.

Een ander belangrijk familiekenmerk is de wollig gekamd vangdraad dat vaak een blauwige weerschijn heeft. Dit heet cribelaat draad. De spin kamt de zijde met een kammetje of calamistrum wat zich op de achterpoot bevindt. Dit kammetje is gemaakt van een rijtje korte stijve haren.

Web
 

De zijde komt van een orgaan wat cribellum genoemd wordt. Dit bevat veel kleine spinbuisjes en uit elk buisje komt een dun draadje.
Alle spinnen met een cribellum (Amaurobiidae, Eresidae, Uloboridae en Dictynidae) zijn in een speciale groep samengevoegd die de Cribellatae genoemd wordt.
Zie ook: De eigenschappen van spindraad

Hoe werkt dit wollige vangdraad nu? Om twee normale vangdraden licht een wollig gekamde vangdraad. Als een insect over deze draden loopt blijven de hoekige delen van het insect erin haken. De wollige vangdraden kunnen tien maal langer worden dan de normale lengte van dit draad waardoor het insect tijdens de worsteling om vrij te komen steeds meer verstrikt raakt. Al die tijd wacht de spin rustig af tot het insect uitgegeput raakt. Pas dan valt de spin aan en doodt de prooi.

De vrouwtjes van de Amaurobiidae familie worden in hun tweede levensjaar geslachtsrijp. Ze legggen ongeveer 40 eitjes in een gesloten broedkamer. Nadat de spinnetjes zijn uitgekomen en hun eigeelvoorraad verteert hebben, eten ze de moeder op en verlaten het nest.


Genus Amaurobius

Amaurobius fenestralis Web of Amaurobius fenestralis
Amaurobius fenestralis  
Amaurobius fenestralis Amaurobius fenestralis
Amaurobius fenestralis juvenile Amaurobius ferox
Amaurobius ferox Calllobius claustrarius (Amaurobius claustrarius) (door Inger Leemans)
Amaurobius similis 1207
Amaurobius similis Amaurobius similis
   

Genus Coelotes

In Europa zijn drie soorten bekend. De spin leeft in bossen waar ze op de grond tussen hout en stenen een buisvormige schuilplaats maakt.
Rond de ingang wordt een kraag van spinweb gemaakt. De tunnel kan ongeveer 10 cm diep worden.
Het vrouwtje voedt haar jongen door het verteerde voedsel op te braken of door een prooi met haar jongen te delen. Zij voedt haar jongen tot ze dood gaat.
De spin wordt 8 - 15 mm groot.

Coelotes terrestris

Coelotes terrestris (lijkt erg op Coelotes atropos).


Ed Nieuwenhuys, 3 november 2012

29 December 2011, 10 juli 2010 , 9 april 2005, 9 december 1997

Deze tekst is gedeeltelijk overgenomen uit een artikel gepubliceerd door: Myriam Meerhaege and Bryan Goethals from the Werkgroep Inheemse Spinnen (WIS) Volume 1, number 1, 1997