De spin

Algemeen

Web en spindraad

Het lichaam

Seks en voortplanting

De kaken en gif

Spinnenvijanden

De bloedsomloop, de longen, de vervelling

Literatuur en verantwoording

Zenuwstelsel en zintuigen, de poten

Het lichaam

Het lichaam van de spin bestaat uit twee duidelijk van elkaar te onderscheiden delen. Het stevige, met chitine beklede, kopborststuk (prosoma of cephalothorax) en het zachte achterlijf (abdomen of opisthosoma) worden door een smalle buis (pedicel) met elkaar verbonden.
De bovenkant (rug) van de spin wordt de dorsale zijde genoemd en de onderkant de ventrale zijde.

De acht poten zijn aan het kopborststuk bevestigd. Verder zijn er nog twee kaken (cheliceren) en twee tasters (palpen of pedipalpen) met, bij de mannetjes, aan het einde hiervan een bulbus. De bulbus gebruikt het mannetje voor de voorplanting. Hij vult deze met sperma dat hij van te voren op een webje deponeert. De bulbus heeft een unieke vorm en past alleen in het geslachtorgaan van het vrouwtje van zijn eigen soort. Op het kopborststuk bevinden zich meestal acht ogen en bij sommige geslachten zes.


Het geslachtsorgaan (epigynum) van de spin bevindt zich aan de onderzijde direct achter de poten. Direct in de buurt hiervan bevinden zich de twee ingangen naar de boeklongen (Lung slits) aan het einde van het abdomen bevinden zich de spintepels (Spinners op de foto).

Detail van de spintepels van de wespspin Argiope bruennichi Detail van het epigyne and boeklongingangen van Argiope bruennichi

In het lichaam bevindt zich een uitgebreid zenuwstelsel (blauw).
De hersenen zitten in het kopborststuk en het hart aan de voorkant van het abdomen op de rug (rood).
Het hart klopt met een frequentie van 30 tot 70 slagen per minuut maar kan oplopen bij inspanning of opwinding tot wel 200 slagen per minuut.
Aan de achterkant van het abdomen bevinden zich de spintepels (wit), deze zijn verbonden met klieren die eiwitten produceren. Door deze eiwitten te mengen ontstaat er een polymeer dat de spindraad vormt. De geslachtorganen en de eierstokken (wit) bevinden zich tussen de boeklongen (oranje) en de spinklieren.

Het spijsverteringskanaal (geel) loopt door het hele lichaam. Aan het eind hiervan (groen) bevindt zich het ontlastingssysteem.

--> De kaken en gif

Ed Nieuwenhuys, 11 mei 2013
26 augustus 2008, maart 1999

Terug <------