Wolfspinnen

Familie Lycosidae

Terug naar start <------


Deze spinnen zijn echte jagers en ze kunnen goed zien. Ze zijn redelijk groot en kunnen vaak in de zon op vochtge plaatsen gevonden worden. Als je op de grond spinnen ziet wegrennnen en sommige hebben witte balletjes aan het achterlijf hangen dan zijn het zeker wolfspinnen. De spin heeft haar naam, wolfspin, te danken aan het feit dat lang gedacht is dat deze spinnen in groepen jaagden zoals wolven doen.
In Europa zijn er meer dan 80 beschreven soorten die in acht genera geplaatst zijn. De wolfspin kan overal gevonden worden. Ze kunnen zelfs schaatsend op het water worden gezien en onder het wateroppervlak duiken om kleine insecten en visjes te vangen. Sommige soorten vissen door een poot in het water te hangen. Als een nieuwsgierige vis dicht genoeg genaderd is valt de spin aan en vangt het met haar kaken.

De cephalothorax (kop-borststuk) is langwerpig, vaak hoog en versmalt aan de voorkant. Ze hebben vier paar ogen. Vier kleinere zitten aan de onderkant van de kop. Direct daar boven zitten twee grote ogen en iets verder boven op de kop zitten twee kleinere ogen die omhoog kijken. Met al deze ogen kan de spin alle kanten opkijken en kan ze insecten op 10 cm afstand waarnemen. Haar poten en kaken zijn fors. De spin valt prooi agressief aan en vermaalt haar prooi met de stevige kaken

moeder met eicocon

en jongen op haar rug.

Het overgrote deel van dit genus draagt de eizak achter aan het lichaam. Sommige genera (Arctosa, Trochosa and Alopecosa) houden de eicocon onder de grond, in met web beklede gaten of buizen.
De spin verdedigt haar eicocon met haar leven. Als de eicocon wordt afgenomen accepteert ze alles wat als vervanging kan dienen, zoals een stuk kurk of een propje papier.
Na ongeveer twee weken komen de eitjes uit. De moeder bijt de zak open en de jongen klimmen meteen op de rug van de moeder en blijven daar tot de eerste vervelling. Al die tijd dat de jongen op de rug van de moeder verblijven eten ze niets. Ze hebben voldoende voedsel opgeslagen om te overleven tot de eerste vervelling.

pardosa_unknownPardosa amentata?


Genus Alopecosa

De zeventien soorten die in Europa leven zijn groter dan het genus Pardosa. De hartvlek op het achterlijf is duidelijk zichtbaar. Het vrouwtje bewaakt haar eicococn in een hol in de grond en stelt de zak regelmatig aan zonlicht bloot.

Alopecosa inquilina? Alopecosa inquilina?
Alopecosa cuneata male. Let op de verdikte voorpoten. Alopecosa cuneata vrouw
Alopecosa pulverulenta Alopecosa pulverulenta


Genus Arctosa

Negen soorten komen er in Europa voor.
De meeste soorten maken een hol in zand, mos of steengruis.
De spinnen zijn redelijk groot en hebben een lengte van 10 tot 20 mm.

Arctosa cinerea

Arctosa perita


Genus Aulonia

Aulonia albimana

Dit genus bevat maar één soort in Europa. De spin is 4 - 4,5 mm lang en beide sexen lijken op elkaar.
Ze leeft tussen gras en mos tussen stenen. Ze kan vaak rondrennend in de zon gezien worden.


Genus Hogna

Hogna radiataHogna radiataHogna radiata

Deze spin leeft in het Middelandse zeegebied in een droge stenige leefomgeving. Het is een grote spin met een lengte van 18 tot 25 mm.
Overdag houdt ze zich schuil tussen de stenen en ze jaagt voornamelijk 's nachts.


Genus Pardosa

Dit genus bevat maar liefst 39 beschreven soorten. The Pardosa kan rondrennend op de grond op zonnige warme plaatsen gevonden worden. Als het weer slecht is verbergen ze zich tussen bladeren, mos en steengruis.
In mei en juni kunnen de vrouwtjes met eizakken, verbonden aan hun spintepels, gezien worden. Een vrouwtje kan twee tot drie eizakken per jaar grootbrengen, zelf nadat de mannetjes al gestorven zijn.
De spin is 4 tot 8 mm groot.

Pardosa agricola

Pardosa agricola

Pardosa amentata

Pardosa amentata

Pardosa monticola man

Pardosa monticola vrouw

Pardosa lugubris

Pardosa lugubris

Pardosa agrestis? Pardosa agrestis?

Pardosa prativaga

Pardosa prativaga


Genus Pirata

Pirata piraticus

Acht soorten komen in Europa in dit genus voor. Bijna alle soorten komen voor in natte, moerasachtige omgevingen. Ze zijn goed toegerust om over het water te lopen. Ze maken buizen van zijde die vanaf de bovenkant van mos tot in het water lopen.
Hun lengte varieert tussen 4 en 8 mm.


Genus Trochosa

Vier soorten komen voor in Europa. Ze jagen 's nachts en brengen de dag door verborgen tussen mos en steengruis. Als de vrouwtjes een eicocon hebben dan brengen ze de dag door in een holletje en komen alleen buiten tijdens de schemering.

Trochosa terricola Trochosa terricola

Trochosa terricola met jongen en eizak

Trochosa ruricola


Ed Nieuwenhuys, 1 maart 2003