De spinnen, die tot deze familie behoren, zijn vrolijk gekleurd en actief.
Als hun aandacht getrokken is volgen ze je met hun grote ogen. Het zijn kleine
vriendelijke beestjes die er dol op zijn om op je vinger of camera te springen.
De spinnetjes zijn vaak erg bont gekleurd. Hoe zuidelijker ze leven hoe bonter
de kleuren. Op de Australische spinnenpagina
kan je dit goed zien.
Van de meer dan 4000 bekende soorten leven er ongeveer 75 in Europa. Ze leven
voornamelijk op planten, liefst in de warme zon, en hun opmerkelijke grote twee
ogen en hun springcapaciteiten maakt de spin eenvoudig herkenbaar. Sommige soorten
uit de familie lijken sterk op mieren. Deze soort wordt ook wel 'mier-imiterende'
spin genoemd en behoort tot het genus Myrmarachne. De spin hieronder
is in Australië gevonden. Omdat zij lijkt op een mier kan ze rustig tussen
de mieren rondlopen zonder aangevallen te worden.
|
|
|
Myrmarachne striatipes, mier-imiterende spin |
De twee grote ogen geeft de spin een heel goed gezichtsvermogen. Zoals de meeste
spinnen hebben springspinnen ook vier paar ogen. Twee grote ogen en twee kleinere
voor op de kop. Daarboven zitten ook nog twee kleine oogjes en het vierde paar
zit boven achter op de kop. Door deze oogposities hebben deze spinnen een 360
graden gezichtsveld.
Prooi kan op 30 tot 40 cm afstand herkend worden. Als de spin tot op 20 cm genaderd
is positioneert ze haar lichaam zo dat de ogen direct naar de prooi gericht
staan. De oogspieren focuseren het oog op de prooi en het oog begint snel heen
en weer te bewegen. Op deze manier scant ze de prooi zoals een moderne scanner.
Het effect is buitengewoon. Het gezichtvermogen wordt hierdoor verbetert doordat
het mogelijk wordt om de gezichthoek te varieren tussen de 10 en 60 graden zodat
de ogen werken als een zoomlens.
Proeven hebben aangetoond dat de spin ook in kleur kan zien.
Nadat het object geïdentificeerd is als prooi sluipt de spin naderbij tot
het op een springbare afstand is gekomen en grijpt het met zijn kaken. De achterste
twee poten worden gebruikt om te springen.
Als je een spinnetje in de zon op de muur ziet lopen is dat vaak Salticus
scenicus ook wel zebraspin genoemd. Het lijkt alsof ze met de zwaartekracht
spot. Het springt van de muur en valt enkele centimeters verder weer terug naar
de muur in plaats van op de grond te vallen. Dit komt door de veiligheidsdraad.
Als
je goed kijkt kan je zien dat er een draadje achter uit haar lijf komt. Als
de sprong mislukt blijft ze er aan hangen en kan ze weer terugklauteren naar
de beginpositie.
Ze maken een wit zijden zakje onder stenen, schors of bladeren. Velen gebruiken
deze schuilplaats om de nacht en de winter in door te brengen. In de lente en
de zomer leggen de vrouwtjes de eitjes in deze schuilplaats.
Zoals je op de foto kan zien vangen springspinnen prooi die veel groter is dan de spin zelf.
Genus Aelurillus
Maar één soort van dit genus komt voor in NW-Europa. Ze zijn 4 tot 7 mm groot.
.
Aelurillus v-insignitus man en vrouw.
Het mannetje heeft een v-vormige rij van haren op zijn kop en een duidelijk witte middenband op zijn achterlijf.
Genus Ballus
Dit kleine spinnetje (3 - 5 mm) leeft op struiken en loofbomen, met een voorkeur
voor eiken.
Dit spinnetje zit op mijn stone washed spijkerbroek.
Ballus chalybeius
Maar één soort komt in deze regio voor. De spin is klein met
een grootte van 3 tot 4 mm.
Het mannetje kan makkelijk herkend worden aan zijn gezwollen voorpoten.
|
|
|
|
Bianor aurocinctus vrouw |
Het mannetje en vrouwtje van deze soort is zo verschillend van kleur dat het
lang als verschillende soort is benoemd. Het mannetje heeft een zwarte kop,
terwijl de kop van het vrouwtje oranje vlekken heeft. Haar lichaam is prachtig
gekleurd met oranje en gele haren.
De spin leeft op struikgewas in het zuiden van Frankrijk. De soort is zeer zeldzaam
en met uitsterven bedreigd.
|
|
|
|
Carrhotus xanthogramma man |
Carrhotus xanthogramma vrouw |
Carrhotus
xanthogramma vrouw
Genus Cyrba
Cyrba algerina
Deze prachtige spin komt voor in het zuiden van Europa.
Genus Dendryphantes
Twee soorten komen in Europa voor. Ze zijn 4 and 6 mm groot.
.
Dendryphantes rudis? vrouw.
Genus Euophrys
De spinnen uit dit genus zijn niet groter dan 5 mm.
![]() |
![]() |
| Euophrys erratica | Euophrys frontalis vrouw |
Genus Evarcha
Vier soorten komen in Europa voor. Het mannetje is 5 mm lang en het vrouwtje
7 mm.
Het lichaam van het mannetje is diepzwart gekleurd en het vrouwtje is bruin
met wit.
Ze komen voor in bossen en weiden.
M
Evarcha falcata V 
Evarcha
arcuata M
Evarcha arcuata
V 
Evarcha jacunda M
Genus Heliophanus
In NW-Europe komen elf soorten voor. Het vrouwtje kan herkend worden door de
witte haren aan de voorkant van het achterlichaam.
Ze zijn 3 -6 mm groot. Ze leven voornamelijk op lage vegetatie.
|
|
|
|
|
Heliophanus kochii vrouw |
Heliophanus kochii vrouw |
Heliophanus kochii man |
|
|
|
|
Heliophanus cupreus man |
Heliophanus cupreus vrouw |
Heliophanus
tribulosis vrouw
Genus Icius
Dit genus leeft in het Middellandse zeegebied van Europa.

Icius
hamatus vrouw

Icius
hamatus? man

Icius
subinermis man
Icius subinermis
vrouw
Genus Macaroeris (was Eris)
Het genus Eris is sinds 1992 door wunderlich in het genus Macaroeris geplaatst. De naam is afgeleid van de eilandengroep in de Atlantische Oceaan Macaronesia . Deze spin is ook in het genus Dendryphantes geplaatst geweest.
De grootte van de spinnen varieert tussen 4 - 6 mm en ze leven op takken van bomen in de warmere gedeelten van Europa van de Canarische eilanden via Centraal europa oostwaarts tot in Centraal Azië toe.
![]() |
![]() |
| Macaroeris nidicolens male | Macaroeris nidicolens female. foto van Danielle Ganzevoort. Spin gevonden in Spijkenisse, Nederland 2006 |
Genus Marpissa
Deze spin, met een lengte van 11 mm, is een van de grootste springspinnen in
Europa. Ze hebben allen een lang achterlijf.
De eicocons worden in een zijden pakketje gelegd onder boomschors, stenen of
op planten en worden bewaakt door het vrouwtje.
Er komen vijf soorten voor in Europa.

Marpissa
muscosa vrouw

Marpissa muscosa jong mannetje


Marpissa pomatia vrouw
Marpissa
pomatia man
Genus Menemerus
Deze soort komt voor in het Middelands zeegebied en is afwezig in Midden- en
Noord-Europa.
De lengte varieërt tussen de 7 en 9 mm. De mannetjes hebben opvallend behaarde
witte pedipalpen.
Ze zijn te vinden op zonnige muren en stenen vaak in de buurt van woningen.
![]() |
![]() |
|
Menemerus semilimbatus male
|
Menemerus semilimbatus male
|
Genus Myrmarachne
De enige soort in NW-Europa. De snelle spin is 5-6 mm lang en leeft tussen stenen
en lage begroeiing.
De spin ziet er uit als een mier. Het achterlijf is overwegend bruin.
Het mannetje heeft opvallende grote kaken (cheliceren). De palpen zijn normaal van grootte.
![]() |
![]() |
| Myrmarachne formicaria? female | Myrmarachne formicaria male (door Cor Kuipers) |
Genus Pellenes
Zes soorten komen er in Europa voor en ze hebben een lengte van 3 - 7 mm.
De spin leeft tussen bladafval en op schors van bomen.
![]() |
![]() |
| Pellenes seriatus male | Pellenes seriatus male |
|
|
|
|
Pellenes arcigerus |
Pellenes nigrociliatus |
![]() |
![]() |
| Pellenes tripunctatus | Pellenes tripunctatus |
Genus Phlegra
Drie soorten kunnen in Europa gevonden worden.
De spin is 6 -7 mm lang en leeft tussen lage vegetatie op duinen, in weiden
en op heide.
.
![]() |
![]() |
| Phlegra fasciata female | Phlegra fasciata male |
Genus Philaeus
Een enkele soort komt er in dit genus voor. Het mannetje heeft een opvallend
rood gekleurd achterlijf.
Deze spinnen, met een lengte tussen 7 en 12 mm, leven tussen stenen, soms tot
op grote hoogte, in het Zuiden van Europa.
De spin is zeldzaam en bedreigd.
.
Philaeus chrysops man
.
.
.
Philaeus chrysops vrouw.
Genus Pseudicius
De enige soort in dit genus. De spin lijkt op Marpissa muscosa maar
is slechts half zo lang (4,6 - 5,5 mm).
Ze leven in bosrijke omgevingen tussen bladafval, op boomschors en mos.
Pseudicius encarpatus
Genus Saitis
Ook dit mannetje is opvallend met zijn rood gekleurde derde potenpaar.
Ze leeft in het Middelandse zeegbied en heeft een lengte van 5 -6 mm.
.
Saitis barbipes man en vrouw.
Saitis barbipes
man
Genus Salticus
Vier soorten kunnen gevonden worden waarvan de meest algemeen voorkomende Salticus
scenicus (zebraspin) is.
Ze hebben een lengte van 3 tot 7 mm.
Ze zijn goed in staat veel grotere prooi dan zichzelf te vangen zoals op de
foto aan het begin van de pagina te zien is.
Salticus scenicus leeft veel op de muren van onze huizen. Haar lengte
is tussen de 5 en 7 mm en ze is opvallend donker en wit gestreept.
.
Salticus scenicus
Salticus cingulatus
Genus Sitticus
Dertien soorten komen er in dit gebied voor.
Sitticus is 4 - 8 mm lang.
Sitticus
pubescens vrouw
|
|
|
|
Sitticus pubescens vrouw |
Sitticus pubescens man |
.
Sitticus
rupicola man
Sitticus
rupicola vrouw
Ed Nieuwenhuys, 26 oktober 2005 , 21 juni 2006