Lijmspuiter

Familie Scytodidae

Terug <------


Genus Scytodes

Er behoort maar één soort tot deze familie en dat is de lijmspuiter, Scytodes thoracica. Ze wordt lijmspuiter genoemd omdat ze een giftige plakkerige webdraad vanuit haar kop over haar prooi spuit. Dit spinnetje heeft een lengte van 3 tot 6 mm.

De lijmspuiter behoort tot de sub-orde van zes-ogige spinnen (Haplogynae) en is een bijzonderheid in de spinnenwereld. In tegenstelling tot de meeste spinnen is het kop-borststuk groter dan het achterlijf. Het kop-borststuk is rond en de achterkant is hoger dan de voorkant.

De gifkaken zijn extreem klein. Haar tekening en kleur doen haar op een panter lijken. De poten zijn vrij lang en getekend met zwarte ringen

Wat onze lijmspuiter zo bijzonder maakt is de aanwezigheid van spinselklieren, verbonden met gifklieren, in het kop-borststuk! Daardoor heeft ze de eigenschap dat ze giftig zijdedraad kan maken. Daarnaast heeft de spin, zoals alle spinnen, ook spinselklieren in het achterlichaam.
Er zijn nog andere Arachnidae (alle achtpotige diertjes) die spinselklieren in het kop-borststuk hebben, bijvoorbeeld de pseudoschorpioenen. In tegenstelling tot de pseudoschorpioenen, die hun spinsel gebruiken voor de nestbouw, gebruikt onze lijmspuiter het om haar prooi op een heel spectaculaire wijze te vangen.
Ze is een heel trage jager zoals haar lange dunne poten al kunnen doen vermoeden. Tijdens de nacht, als alle insecten ten ruste zijn, gaat Scytodes op jacht. Men vermoedt dat de spin met behulp van de extra lange gehoorharen op haar voorpoten de prooi vindt.
De spin besluipt zijn prooi heel voorzichtig tot op een afstand van ongeveer 10 mm. Dan stopt ze en probeert de afstand tot de prooi met één voorpoot in te schatten zonder het insect te storen. Dan druk ze de achterkant van haar lichaam samen en spuit twee spinseldraden, in een 1/600 seconde, in een zig-zagpatroon over het slachtoffer. De prooi is onmiddelijk onbeweeglijk vastgezet. Als de prooi groter is dan de spin, wordt er meerdere keren gespoten. Het eten staat klaar!

Een moeder maakt geen nest, maar draagt de eicocon in een netje onder haar buik.
De spin houdt van warmte en overleeft niet onze koude winters buiten. Zij is niet zeldzaam in onze huizen waar zij in de nacht actief is.
In het warmere Zuid-Europa, waar de spin oorspronkelijk vandaan komt, leeft zij buitenshuis onder stenen.

Scytodes thoricica Scytodes thoracica let op haar lange voorpoten


Terug <------

Ed Nieuwenhuys, 3 april 2010
9 maart 2008, 1 Maart 2003

Een groot gedeelte van deze tekst is overgenomen uit een artikel gepubliceerd door: Bryan Goethals van de Werkgroep Inheemse Spinnen (WIS) Volume 1, number 3-4, 1997