Deze grote familie bevat wereldwijd meer dan 3000 soorten. Tweeenzestig kunnen
er in deze regio gevonden worden.
Het zijn geen actieve jagers maar ze maken gebruik van camouflagetechnieken.
De spin past haar kleur aan aan de jachtomgeving, soms tot extreme kleurschakeringen.
Ze blijven bewegingloos zitten totdat een achteloze prooi in de buurt komt.
Met een giftige beet (niet giftig voor ons) doodt ze de vangst waarna ze het
slachtoffer leegzuigt.
Krabspinnen kunnen vaak op bloemen of bladeren gevonden
worden. Het gebeurt niet zelden dat de spin dagen, zelfs weken op dezelfde plaats
blijft zitten.
Haar voorste twee poten zijn in het algemeen groter en zwaarder gebouwd dan
de overige zes poten. Met gespreide voorpoten wacht ze haar prooi op.
Omdat ze vaak op een goed zichtbare plek zit, kan ze ook makkelijk door vijanden
gezien worden.
Bij vermeend gevaar snelt ze naar de andere kant van de bloem
of het blad.
Krabspinnen kunnen met hun, meestal twee, grote ogen uitstekend
zien. De andere zes kleinere oogjes detecteren meer donker/licht en beweging.

Misumena vatia is een
krabspin die haar kleur kan aanpassen aan de omgeving. De kleur kan veranderen
tussen sneeuwwit, eigeel-geel en groen.
De kleurverandering vindt in twee tot
drie dagen plaats. Haar hoofdmenu is bijen.
De spin grijpt de bij met de voorpoten
en bijt in haar nek en houdt de bij vast totdat deze niet meer reageert.
Bij
een overvloed aan prooi hangt ze het overschot onder haar schuilplaats.
Waarom ze de naam krabspin heeft gekregen kan je uittesten door de spin te
plagen met een stokje. Ze spreidt haar voorpoten en verplaatst zich zijwaarts
als een krab.
Haar lengte varieert tussen de 4 en 10 mm.
In sommige genera is er een groot verschil in kleur en uiterlijk tussen het
mannetje en het vrouwtje. Zoals de naam dispar (verschillend) al aangeeft is
Philodromus dispar hier een mooi voorbeeld van.
De vrouwtjes bewaken in het algemeen hun eicocons. De eicocons, die meestal
plat zijn, worden bevestigd aan plantengroei.
Genus Diaea
![]() |
![]() |
| Diaea dorsata Vrouw | Diaea dorsata Man |
Deze spin kenmerkt zich door haar groene kop-borststuk en een bruin achterlijf. De spin is vrij klein (5 mm) en leeft aan de rand van bossen.
Genus Heriaeus
Drie soorten van dit genus zijn bekend in NW-Europa. Het mannetje is 4 - 5 mm groot en het vrouwtje heeft een lengte van 7 - 9 mm. Deze spinnen zijn opvallend harig en groen. De lange haren zijn wit of vaalgroen. De spin leeft op harige groene bladeren.
Heriaeus hirtus and Heriaeus melotteei lijken erg op elkaar.


Heriaeus hirtus
Genus Misumena
Zie voor een beschrijving van deze spin aan het begin van deze pagina. De vrouwtjespin kan haar kleur in 2 - 3 dagen aanpassen aan haar omgeving.
![]() |
![]() |
| Misumena vatia vrouw | Misumena vatia man |
![]() |
![]() |
| Misumena vatia gecamoufleerd | Misumena vatialet op de verschillende pootkleuren |
![]() |
![]() |
| Misumena vatia | Misumena vatia |
![]() |
![]() |
| Misumena vatia | Misumena vatia |
Genus Misumenops
Er is maar één soort van dit genus in deze regio bekend. De man verschilt duidelijk van het vrouwtje. Het mannetje is 2,5 - 3 mm groot terwijl het vrouwtje een lengte heeft van 5 - 6 mm. Ze leven op de bladeren van struikgewas.


Misumenops tricuspidatus vrouw en man.
Genus Ozyptila
Twaalf soorten zijn er bekend in Europa. Hun lengte is 3 - 4 mm.
![]() |
![]() |
| Ozyptila praticola | Ozyptila praticola |
![]() |
|
Ozyptila trux |
|
![]() |
![]() |
| Ozyptila trux | Ozyptila trux |
Genus Synaema
![]() ![]() |
||
![]() |
||
![]() |
![]() |
![]() |
| Synaema globosum | ||
Deze spin komt in meerdere kleuren, naast het vaste zwarte patroon, voor. Het
vrouwtje heeft een lengte van 6 - 9 mm terwijl het mannetje 3 - 4 mm groot is.
Ze komen voor op bloemen met een kleur die overeenkomt met hun eigen kleur.
Genus Tmarus
|
Deze spin is erg moeilijk te vinden. De spin valt bijna niet op in zijn omgeving van coniferentwijgjes en struikgewas. De spin is herkenbaar aan de vorm van haar lichaam en zijn typische rusthouding. Haar lengte varieert van 3 - 6 mm. |
|
|
|
|
|
Tmarus piger |
Tmarus piger |
Genus Thomisus
|
|
|
|
Thomisus onustus foto Els Latten |
Het vrouwtje heeft een lengte van 6 - 7 mm en de man is 2,5 - 3,5 mm groot. De kleur van deze spin varieert tussen geel, wit of paars. Zij kan regelmatig gevonden worden tussen rose heidebloesem en andere bloemige struiken.
|
![]() |
![]() |
| Thomisus onustus (By Klaus Mechsner) | Thomisus onustus |
Genus Xysticus
Xysticus komt meer voor op bladeren dan op bloemen. De kleur van
het achterlijf is licht- tot donkerbruin en de vorm is ovaal tot driehoekig.
Zeventien soorten komen er voor in NW-Europa. Mannetjes (5 mm) zijn kleiner
dan vrouwtjes (7 mm). Kleur en tekening zijn erg variabel bij dit genus.
| Voor de copulatie biedt het mannetje het vrouwtje een cadeautje aan en bindt haar vast met enkele draden. De draden zijn zo licht dat ze niet echt vast zit, maar ze doet net alsof. | |
|
|
|
|
|
|
|
Xysticus cristatus female |
Xysticus cristatus male |
|
|
|
|
Xysticus bifasciatus female |
Xysticus bifasciatus female |
|
|
|
| Xysticus bifasciatus male |
Xysticus lanio |
|
|
|
|
Xysticus ferrugineus |
Xysticus ferrugineus |
![]() |
![]() |
| Xysticus kempelini | Xysticus ZZ454 |
![]() |
![]() |
| Xysticus sabulosus | Xysticus sabulosus |
Ed Nieuwenhuys, 23 februari 2010
25 mei 2008
5 december 2005
8 december 1996